24 september 2008.
Morgen ga ik met mijn zus Bonny naar Barbadello in Spanje. Wij wandelen daar de pelgrimstocht Camino de Santiago de Compostela, de laatste 110 kilometer. We gaan voor de reis, niet voor het doel.
Ik ben klaar voor de reis!
25 september 2008.
Van Amsterdam naar Madrid, van Madrid naar Santiago de Compostela.
Een lange reis, wachten op vliegvelden. Gelukkig red ik het zonder een toeval te krijgen. Een taxi brengt ons naar het begin van onze pelgrimsvoettocht. Ons eerste overnachting is Barbedello, een Spaans gehucht. Rond acht uur 's avonds komen wij aan in het pension. Als we daar binnen komen is het doodstil, alsof er geen andere pelgrims zijn. We zijn hongerig en maken de vrouw, die daar heel stilletjes rondsluipt, duidelijk dat we nog niet hebben gegeten. De vrouw wijst op haar horloge. We begrijpen er niets van. Dan komen plotseling allemaal pelgrims tevoorschijn als molletjes uit hun holen. Het blijkt dat het avondeten pas om half negen geserveerd wordt! Blij dat we op tijd zijn, nog wat onwennig om tussen de andere pelgrims te zitten, gaan we eten.
110 kilometer.
26 september 2008.
Na een nacht goed slapen begonnen we aan onze eerste etappe van de pelgrimsvoettocht naar Santiago. De tocht begon vol met ongemak. Het lukte niet om de wandelstok uit te schuiven, mijn rugzak zat niet goed, tussen de middag hadden we honger maar konden nergens iets eten. Na negen kilometer hadden we het wel gezien; het was tijd om te stoppen. De eerste Albergue (is een herberg waar pelgrims vrijwel gratis kunnen overnachten) die we tegen kwamen was Xunta in Ferreiros. Hier ontmoetten wij ook een Nederlands echtpaar, Rein en Alys. Het was een leuk contact en we bleven eten en slapen. Nou ja, slapen zonder dekens, zonder slaapzak, alleen een lakenzak die we hadden meegenomen. Een Nederlandse vrouw die ook Spaans sprak, wist voor ons nog een dekentje ritselen. Ik kreeg van een Canadees, die naast me lag, een warme trui en verder hadden we al onze kleding aan. 's Nachts werd het koud! Ik verlangde om tegen een warm lichaam aan te liggen.
101 kilometer.
27 september 2008.
De volgende dag liepen we via Portomarín naar Gonzar. Vlak voor Portmarín was een gevaarlijke hoge brug waar ik met knikkende knieën overheen liep. Alweer hadden we niet voldoende water bij ons. Het was heet, we hadden dorst en we liepen noodgedwongen in de zon. Eindelijk belandden wij in het gehucht Gonzar. Het plaatsje zelf was klein en oud, maar sfeervol. Smalle straatjes leidden ons naar het hotel wat in schril contrast stond met de rest van het gehuchtje. Het was een zeer modern hotel! Fijne matrassen, wasmachine, droger en internet waar ik meteen gebruik van maakte om het thuisfront te informeren dat alles goed ging. We sliepen die nacht uitstekend.
85 kilometer.
28 en 29 september 2008.
We stonden vroeg op. De vorige avond hadden we afgesproken om naar Palas de Rei te lopen. Het plan was om daar twee nachten te blijven. Na het ontbijt werd zowel drinken als snoepgoed gekocht. Een nieuwe pelgrimsdag begon. Het was erg mooi onderweg! 's Ochtends zagen we de opkomende zon en langzaam verdween de kou uit de lucht. Al snel deden we onze jas uit, en daarna de truien, tot we uiteindelijk in onze t-shirts wandelden. Onderweg liepen door prachtige eucalyptusbossen. Van een pelgrim kreeg ik een paar eucalyptus-zaadjes. Palas de Rei was een mooi plaatsje, heerlijk eten en een prachtig centrum. De volgende dag gingen we even winkelen.
68 kilometer.
30 september en
1 oktober 2008.
Ons plan was om naar Leboreiro te gaan maar wij belandden uiteindelijk in Melide. Wij waren uitgeput maar het uitzicht om twee dagen in Melide te verblijven was een extra stimulans om even door te zetten. De wandeling was werkelijk fantastisch! Het was een imposante maar zware wandeling. Nog meer eucalyptusbomen. Na even zoeken in Melide vonden wij een mooi hotel, La Pousada waar we helaas maar één nacht konden blijven. Wij hebben de volgende dag een andere hotel gevonden. In dit hotel, Xaneira, ontmoetten wij Ton en Jan. Daar aten we mee en wisselden bijzondere ervaringen uit.
53 kilometer.
2 oktober 2008.
De pelgrimsroute ging verder naar Aruza,
een hele zware, niet leuke tocht. De route was in mijn
wandelgids
geclassificeerd
met twee schoentjes (de schoentjes geven de zwaarte van de etappe aan), maar het had wel met vier schoentjes beoordeeld kunnen worden. Wij waren blij met het gehuchtje wat we tegen kwamen. Ribadiso da Baixo was zo verrassend mooi en stil. Het was een weldaad voor onze voeten, de rugzak even af, uitstrekken en voor de laatste twee kilometer nog wat moed indrinken en eten. Aruza zelf was geen mooie stad. We moesten langs een hoofdweg lopen om er te komen. Nadat wij hadden ingecheckt in een hotel gingen we er op uit om een eetcafé te zoeken. Het diner voor een pelgrim was goedkoop en erg lekker. Een voorgerecht, een hoofdgerecht en een toetje, wat bijv. een danoontje was, kostte acht euro.
39 kilometer.
3 oktober 2008.
Beide sliepen we slecht en tot overmaat van ramp kregen we geen ontbijt. Met moeite wist ik nog een glas jus d' orange te bemachtigen voor mijn medicijnen. Toen de rugzakken op en zoeken naar een plek om te ontbijten. Na het ontbijt gingen we naar Pedrouza. Onderweg kwamen we de gedenksteen van Guillermo Watt tegen, de pelgrim die daar omgekomen is op slechts 35 kilometer van Santiago de Compostela. Een paar schoenen van hem dienden als herdenking, geplaatst in een nis. Uit respect legden wij, net als vele andere pelgrims, een steentje neer. Ook deze tocht was afwisselend leuk en zwaar. We moesten op de vluchtstrook van de rijksweg lopen om in Pedrouza te komen.
20 kilometer.
Labacolla
4 en 5 oktober 2008.
Van Pedrouza naar Labacolla. Het einde van de pelgrimstocht naderde. Ik was aan het denken welke inzichten ik tijdens deze reis had gekregen. Wat mij vooral was opgevallen tijdens de ontmoetingen was de behulpzaamheid van andere pelgrims, het leek wel of ze geen haast hadden om in Santiago de Compostela aan te komen. Ik zat ook te dralen en was blij dat we besloten om nog een dag langer in Labacolla te blijven.
Contemplatie:
Wacht eens even, is het echt, wacht eens even, is het echt, dit leven dat ik leef? Pawnee gedicht.
Het was een mooie route. Over onverharde wegen en nieuwe voetpaden liepen we langs het vliegveld. Uiteindelijk kwamen we in Labacolla aan.
10 kilometer.

Je eigen website maken!